Ver en blijven

Vandaag is mijn derde dag niet in Zundert. Ik zou er een maand als artist-in-residence verblijven, wonen in de kosterswoning naast de kerk waar de vader van Van Gogh predikant was en werken in het moderne glazen atelier, maar meer nog zou ik dwalen door het dorp om al lopend te schrijven aan de audiowandeling die daarna vanaf de zomer te beluisteren zal zijn.

Mijn residency heb ik omgedoopt tot remote residency, al weet ik nog niet hoe ik dit in praktijk moet doen: ergens op afstand zijn. Ik ben begonnen met mijn ogen dicht, maakte mezelf wijs dat ik niet in mijn eigen studio was, haalde me de kosterswoning voor de geest. Ik zag het pad in de voortuin, stapte door de voordeur waar de galerie is, ging de hoek om (of was daar een deur?) en kwam in de keuken, met het enorme keukenblok waar ik in gedachten al bijna een ei bak. Ik loop door naar boven, maar hier wordt het mistig. Ik ben nooit boven geweest en weet niet waar ik in gedachten de trap moet vinden. Dus ik keer om en stap door de achterdeur naar buiten, de tuin in.

Residency betekent niets meer of minder dan verblijf, ik ben aan het verblijven. In het woord zitten ver en blijven, waardoor ik mezelf oppep met het idee dat in het woord besloten ligt: ergens zijn betekent dat je van iets anders verwijderd bent.