Raam

Vanmorgen moest ik er even tussenuit. Via instagram-live maakte ik een stadswandeling met een bijna failliete stadsgids door Berlijn. Op het schermpje van mijn telefoon volgde ik haar door de lege binnenstad, over een uitgestorven Unter den Linden, over het Museuminsel, pauzerend onder de Brandenburger Tor en eindigend bij de Fernsehturm.

Ik probeer zoveel mogelijk in Zundert te zijn, maar dat lukt niet helemaal. Fysiek ben ik in het zomerhuis (tuinhuis) achter de laptop. Vanaf hier heb ik goed zicht op de voorbijgangers op het pad onderweg naar hun tuin, maar zodra ik iemand zie naderen, duik ik achter mijn beeldscherm. Men groet elkaar hier de laatste weken met nog groter enthousiasme dan voorheen, opgelucht om een medemens te zien, blij om op de tuin te zijn (in een tuinpark ben je niet ‘in’ de tuin maar ‘op’ de tuin). Maar elke ‘goedemorgen’ hier trekt me vandaag meer naar Amsterdam dan naar Zundert.

Nu zou ik hier iets moeten schrijven over Vincent, maar waar begin ik als ik het gevoel heb niet dichterbij te komen? Ik open het dikke boek met zijn verzamelde brieven op een willekeurige pagina, herlees mijn aantekeningen van de eerste keer dat ik de brieven las. Op internet zoek ik scans van zijn brieven en vind prachtige bladzijden waar Vincent tekeningen tussen de tekst plaatste, als een raam in het vel papier. Ik kijk door niet door het raam maar door zijn ogen.

Toen de gids in Berlijn naar mijn zin te lang op architectonische details in ging, ben ik koffie gaan zetten, de momenten dat het online sporten me te zwaar wordt, spoel ik de youtube-video door, digitale vensters lijken mijn geduld op te slurpen. Hoe anders werkt het bij de getekende uitzichten, de ‘ramen’ in de brieven. Onder de regels van zijn handschrift zie ik zijn uitzicht, zijn herinnering aan een uitzicht, de vertaling van wat hij zag naar pen op papier. Een raam opgevouwen, verstuurd om op een andere plek uit te vouwen, op tafel te leggen en in de verte te kijken op het papier.

Brief van Vincent aan broer Theo, oktober 1883