Oogfouten

Alle lichamen in het park zijn groter, ze strekken zich aan alle kanten 1,5 meter verder uit dan je kunt zien. Als stralende sterren lopen we tussen de bomen, onzichtbaar bij daglicht.

‘Wat zijn de zwakste sterren die u nog kunt zien?’

Een mysterieuze vraag, zo zonder context. Ik kwam hem tegen in ‘De natuurkunde van ‘t vrije veld’ geschreven door Professor Minnaert in 1937. Bij toeval vond ik het boek toen ik Google vroeg hoe onze ogen perspectieven waarnemen, wat voor trucs er bestaan in perspectieftekenen, waarom we die nodig hebben om 3d naar het platte vlak te vertalen. Die vragen kwamen ook niet uit het niets: blijkbaar was het tekenen van perspectief niet de sterkste kant van Vincent (zo lees ik steeds vaker) en ik ben benieuwd hoe hij keek en een landschap op papier zette.

Landweg in de Provence bij nacht, Vincent van Gogh (1890)

Omdat ik daar nog niet achter ben, nog even terug naar het boek. Minnaert behandelt allerlei verschijnselen en onze waarneming hiervan. In de paar bladzijden die ik heb gelezen, komt er vooral aan het licht dat wij vertekeningen zien. Neem nou de sterren:

Sterren zien we niet als zuivere stipjes, maar als kleine onregelmatige figuurtjes, dikwijls als een lichtpuntje waarvan stralen uitgaan; de gewone voorstelling door 5-stralige sterretjes komt niet met de werkelijkheid overeen. Kies voor deze proef de allerhelderste sterren (…). Houd het hoofd schuin naar rechts, naar links: het figuurtje helt mee. Voor ieder mens is het anders, het is ook verschillend voor elk der beide ogen; maar als men één oog met de hand bedekt en achtereenvolgens met het andere naar allerlei sterren kijkt, ziet men altijd hetzelfde figuurtje. Het zijn dus niet de sterren zelf, die er zo onregelmatig uitzien, het is ons oog dat fouten vertoont.’

fig 72 Een ster of verre lantaren, gezien door een lichtelijk bijziende zonder lorgnet.
‘Een ster of verre lantaren, gezien door een lichtelijk bijziende zonder lorgnet’ Fig. 72 uit: De Natuurkunde van ’t Vrije Veld, M. Minnaert (1937)