In de ring

Ik had me voorgenomen om bij dit project de ‘C’-situatie buiten beschouwing te laten. Dit is immers allemaal van voorbijgaande aard en over een paar maanden zijn we misschien de ‘quarantaine’-projecten ook wel beu, dacht ik zo. Ook snak ik naar de wereld buiten ‘C’, er is toch meer in mijn belevingswereld? Maar als ik door mijn aantekeningen blader, mijn schetsen voor deze residency opnieuw bekijk, dan staat alles nu in zo’n ander daglicht, waarin zoveel niet meer relevant lijkt. Wat ik een maand geleden van plan was, is nu al niet meer van deze tijd.

Ik weet niet hoe ons dagelijks leven er over een paar maanden uitziet en hoe lang deze tussentijd duurt. Meer dan een gevoel van thuis opgesloten zitten, heb ik het gevoel vast te zitten in de tijd, in een vacuüm tussen hoe het was en hoe het straks zal zijn.

Tijd voor een ommetje door het Oosterpark. De zon schijnt en in slow motion ontploffen de bomen en struiken, van kaal naar frisgroen. Na een paar stappen weet ik al dat mijn missie om de ‘C-situatie’ te negeren mislukt en dat komt door de ring. Om mijn lichaam zit een onzichtbare ring van anderhalve meter. Het vraagt mijn voortdurende alertheid om tijdens het lopen te voorkomen dat ik met mijn ring, iemand anders zijn ring raak, tegelijkertijd moet ik opletten of niemand tegen mijn ring aan botst.

Een jongen loopt me tegemoet, zo te zien koersen we recht op elkaar af. We hebben oogcontact en verleggen allebei onze route, eerst dezelfde kant op, zodat we weer tegen elkaar op dreigen te lopen, alleen nu midden op het pad, daarna stap ik snel weer naar de rand van het pad, voor hij het kan doen. Totdat we elkaar passeren, zijn we beland in een korte dans. voor hij het kan doen.
Een beetje beschaamd over de onuitgesproken ontmoeting, het vermijden als kunst. Een dans waar je samen in beland. Zo intiem, op afstand, dat ik er ongemakkelijk van word.