Gedachtensliert

Gisteren heb ik een rondje gefietst en kwam terecht op mijn – voorheen – dagelijkse route. Het was alsof ik terug de tijd in de tijd reisde (al was het maar een paar weken geleden) zoals een naald van een grammofoonplaat zijn groef weer vind, zo fietste ik door de straat en reed automatisch mijn voormalige route, tot ik op de plek van bestemming was waar ik voor een gesloten deur stond en dus rechtsomkeert maakte.
Onderweg passeerde ik een elektriciteitshuisje, onbestemd groengrijs en behangen met posters. Al maanden hangt er hetzelfde exemplaar in drievoud: het silhouet van een hoofd met een zwarte achtergrond. Het hoofd is een doorkijkje naar een tuin, op de plek van de schedel hangen boomtakken, de stam zie je nog net oplossend in nekwervels. Zo stel ik me ook de binnenkant van mijn hoofd voor. De stevige takken als wegen, fijnere takken als kronkelpaadjes die ik wat minder vaak betreed.
Een wandelroute is een logica om door het landschap te bewegen. De herinnering aan een route of het volgen van de route in je hoofd, stel ik me voor als een gedachtensliert. Je beweegt niet, alleen maar in je hersenen. Wordt je tijdens de wandeling onderbroken door een deurbel, door een kat die op schoot springt, door de ping van je telefoon, dan kan het gebeuren dat je de volgende stap pas uren later zet of dat je op een heel andere plek de wandeling vervolgt. Mocht je in slaap vallen, dan vervolg je de wandeling misschien in een heel andere dimensie. (En een droom is een landschap waar meestal niet meer naartoe terug kunt keren, vooral niet als je dat wil.)
Ik loop tegenwoordig vooral door Zundert via Google Street View met hopelijk als resultaat een audiowandeling te maken die helemaal is afgestemd op de fysieke omgeving van de wandelaar. Normaal schrijf ik wandelend; ik volg mijn neus, luister naar de omgeving, praat in mezelf (of tegen mijn opname-apparaat als audio-schetsboek). De wandeling ontstaat met elke stap. Maar normaal is weg.
Nu zweeft het pijltje van mijn muis boven de kaart op mijn beeldscherm. Ik laat het oranje poppetje van Google lukraak vallen. Het perspectief kantelt; van schematische plattegrond naar een gefotografeerd straatbeeld. Zo heb ik elke dag weer nieuwe droppings. Vanaf een willekeurig punt muisklik ik een straat uit, op de kaart, in mijn hoofd.